De kans is reëel dat vier historische mijnsites in Wallonië ons land binnenkort de status van UNESCO-werelderfgoed krijgen. In de Braziliaanse hoofdstad Brasilia buigt het werelderfgoedcomité van de UNESCO zich deze week over het Waalse dossier. Het gaat om Bois-du-Luc in La Louvière, Grand-Hornu in Hornu (nabij Bergen), Bois du Cazier in Marcinelle en Blegny-Mine (nabij Luik). De bekendste site is wellicht die van Le Grand Hornu, die precies tweehonderd jaar geleden werd gesticht door de industrieel Henri De Gorge. De mijnsite is van uitzonderlijke architecturale waarde en geldt als een van de mooiste voorbeelden van industriële archeologie in Noord-Europa.
Dit jaar werden 39 nieuwe sites of gebouwen uit 33 verschillende landen voorgedragen voor de UNESCO-werelderfgoedlijst. Negen andere dossiers betreffen de uitbreiding van de erkenning van sites of gebouwen die al op de UNESCO-lijst staan. Daarnaast zal het werelderfgoedcomité ook de toestand van een dertigtal sites evalueren die op de ‘List of World Heritage in Danger’ voorkomen. De UNESCO-werelderfgoedlijst bevat momenteel 890 sites en bouwwerken van uitzonderlijke, universele waarde (op cultureel of natuurlijk vlak). Bij de 39 nominaties van dit jaar vinden we ook sites uit Kiribati, de Marshalleilanden en Tadjikistan, landen die op dit moment nog geen werelderfgoedsites hebben. Ook Nederland maakt kans op een nieuwe erkenning door de UNESCO: een dossier werd ingediend voor de grachtengordel van Amsterdam.
Volgens de indieners van het Waalse dossier zijn de vier historische mijnsites bijzonder complementair. Zo zou le Grand-Hornu van uitzonderlijke architecturale waarde zijn en biedt Bois-du-Luc een goed inzicht in het sociale leven van de vroegere mijnwerkers. Bois du Cazier staat symbool voor de catastrofe van de mijnsluiting, Blegny-Mine is dan weer de enige mijn waarin nog afgedaald kan worden.
Lees meer: Thirty-nine properties to be considered for inscription on UNESCO’s World Heritage List (unesco.org)


