Archeologisch onderzoek van start in Staden

In het kader van de aanleg van een industriezone zijn archeologen van BAAC Vlaanderen vorige week gestart met een archeologisch vervolgonderzoek aan de Nijverheidsstraat in Staden. Eerder dit jaar waren tijdens archeologisch vooronderzoek al resten gevonden uit de Romeinse tijd en sporen die duiden op landelijke bewoning uit de volle en late Middeleeuwen. Aangezien de Romeinse resten grotendeels onderzocht werden tijdens het vooronderzoek, leggen de archeologen zich toe op de twee zones met middeleeuwse bewoningsresten. Kan bijvoorbeeld het lokale toponiem Hogeschuur in verband worden gebracht met archeologische sporen?

Het onderzoek zal vermoedelijk een achttal weken in beslag nemen en kan je volgen via www.erfgoedcelterf.be. Tijdens de eerste dagen zijn alvast enkele middeleeuwse sporen aangesneden die vermoedelijk perceleringsgreppels zijn.

Share

30 reacties

  1. jean pierre declerck says:

    Begrijp ik dan goed dat de Romeinse sporen niet volledig opgegraven worden ? Waarom deze keuze ?

  2. jeroen says:

    Beste,

    er is beslist de Romeinse sporen niet verder te onderzoeken omdat:
    – een deel van de Romeinse sporen aan de rand van het onderzoeksgebied lagen. Deze cluster maakt duidelijk deel uit van een grotere vindplaats die buiten het onderzoeksgebied ligt en daar reeds grotendeels verstoord is door woningbouw en industrie. Het deel dat binnen het onderzoeksgebied ligt, is erg klein en kreeg daarom een lage archeologische waarde toebedeeld.
    – de Romeinse weg grotendeels tijdens het vooronderzoek is onderzocht.
    Bovendien ligt een deel van het tracé van de Romeinse weg nog binnen de zone voor vervolgonderzoek. De kans bestaat dat deze wordt aangesneden.

    mvg

    Jeroen Vanden Borre

  3. maarten says:

    Is er, volgens hetgeen ik zie op de foto, niet een beetje te diep afgegraven. In het centrale ‘bankje/profiel’ lijkt een van de grachten al een halve meter zichtbaar … of zie ik dit verkeerd?

  4. jeroen says:

    neen, maarten, dat zie je niet verkeerd. De gracht is inderdaad volledig zichtbaar. Maar wat je ziet is een coupe op meerdere grachten.

  5. Yann Hollevoet says:

    Ten persoonlijken titel vind ik het niet kunnen dat archeologische structuren niet (volledig) worden onderzocht, al is het maar met een bobcat. De Engelse archeology staat bol van sites opgegraven in de competitive tendering sfeer waarbij grachtstructuren voor 1 of enkele procenten onderzocht worden. Nog nooit gehoord van intra site spatial analysys blijkbaar. Bijzonder leerzaam voor alle archeologen is daaromtrent het artikel van Chr. Cumberpatch, Some problems in contemporary English archaeology waarin staat ” For exemple, although the significance of the structured deposition of artefacts on Iron Age sites ( en andere periodes idem dito – nota van mezelf), few curators seem aware of it and continue to set briefs where only 1% or 2% ditches are excavated. The results in artefact assemblages which are far too small to allow identification of anything other than the very broadest chronology and preclude all meninghul insight into the social or economic practices which led to the creation of the archaeological record.” (p. 230) Gepubliceerd in Archaeologia Polona vol 38: 2000, 225-238.

  6. Wim De Clercq says:

    De selectiecriteria hier gehanteerd zijn ietwat scheefgetrokken en helaas illustratief voor vele andere gevallen in Vlaanderen. Het is tijdens het vooronderzoek geenszins volledig bewezen dat het zich hier om een weg zou handelen en indien dit zo zou zijn dan moet die tijdens een opgraving volledig onderzocht worden zoals het hoort, niet onder de vorm van een paar coupes tijdens het vooronderzoek.

    Een mogelijke kans op later onderzoek op een belendend perceel als argument om nu op dit perceel de structuur niet te moeten onderzoeken is bovendien absurd. Men kan immers later evenzeer stellen dat het niet de moeite loont om de structuur te onderzoeken vermits het vroeger op het buurperceel ook al niet relevant werd bevonden. Om maar niet te spreken van de ongelijke bejegening van de bouwheren…

    Bovendien waren er duidelijke aanwijzingen dat er zich hier naast de grachten een deel van een inheems-Romeinse nederzetting bevond; voor zover de grachten al geen deel waren van de enclosure die de boerderij omgaf. Deze boerderijen worden net gekenmerkt door lage sporendichtheden. Het wegselecteren van lage sporendichtheden zoals hier het geval dreigt echter tot een cirkelredenering en een vertekend beeld van de landelijke bewoning te leiden. Hoge densiteit aan sporen is geen sluitende noch een afdoende argumentatie tot selectie na een proefsleufonderzoek. Lage densiteit kan een grotere relevantie bezitten en staat bijgevolg geenszins gelijk met lage waarde.

    Overigens, hoeveel goed onderzochte (delen van) landelijke nederzettingen uit die tijd kennen we in de ruime regio rond Staden: 0. Dus zelfs al zou het een uithoek van iets zijn, dan nog zijn er andere argumenten aan te voeren om het wel te onderzoeken of minstens het open te gooien en dan pas een afweging en waardestelling te maken. Als we het weggooien dan moeten we weten wat we weggooien, dat is hier niet echt het geval.

    Als men afwegingen maakt over wat wel en wat niet op te graven dan moet men die m.i. ook maken tov de kennisrelevantie binnen de periode en de regio en niet tussen de aanwezige perioden en hun respectievelijke dichtheden op het perceel.

  7. Nick Van Liefferinge says:

    @Yann,

    Theoretisch gezien is ‘intra site spatial analysis’ (en dus daaraan gekoppeld het volledig onderzoeken van archeologische structuren) slechts werkbaar wanneer alle structuren van de site zich in hun volledigheid openbaren in het grondvlak.
    Wat leert ons een volledig onderzochte ijzertijdgreppel van 20 meter lang die links en rechts in de profielwand verdwijnt?

  8. Nick Van Liefferinge says:

    200 jaar later, als ook de aangrenzende gebieden met dezelfde greppelstructuren van eenzelfde site zijn onderzocht, kan je misschien eventueel eens beginnen aan ‘intra site analysis’.

  9. Wouter says:

    @ Yann en Wim: commentaar geven vanachter het bureau is altijd makkelijk.

    @ Jeroen en co: maak er een mooi en leerrijk onderzoek van.

  10. Yann Hollevoet says:

    Dooddoeners.

  11. Yann Hollevoet says:

    Ter aanvulling en niet om over eigen werk te boffen maar misschien effe gaan kijken in Archeologie in Vlaanderen 2 naar mijn bijdrage over de site Ter Beke te Oudenburg. De grachten lopen in alle richtingen door en toch kan je niet ontkennen dat het volledige onderzoek van de sporen niet zinvol is geweest. Intra site spatial analyses veronderstelt niet het onderzoek van een volledige site ( een ander mooi voorbeeld is een Romeins ritueel site te Haddenham onderzocht door Hodder en co; publicatie in de Mac Donalds Institute of Archaeology (monografieën) deel 2 over het onderzoek) Trouwens waar eindigt een site en begint een volgende. Al gehoord van off site-archaeology. Zoals ik zo vaak moet zeggen aan buitenstaanders (niet archeologen wel te verstaan dus ook bouwheren) het ganse landschap is één groot bodemarchief met plaatselijke verdichtingen, wat men vroeger de “klassieke” archeologische vindplaatsen pleegde te noemen. Er schort blijkbaar toch iets in de competitive tendering archaeology.

  12. jean pierre declerck says:

    Volledig mee eens Yann !

  13. Nick Van Liefferinge says:

    “Intra site spatial analyses veronderstelt niet het onderzoek van een volledige site”

    … in dat geval zou het beter ‘intra werkput spatial analysis’ worden genoemd denk ik dan.

  14. Nick Van Liefferinge says:

    “Zoals ik zo vaak moet zeggen aan buitenstaanders (niet archeologen wel te verstaan dus ook bouwheren) het ganse landschap is één groot bodemarchief met plaatselijke verdichtingen, wat men vroeger de “klassieke” archeologische vindplaatsen pleegde te noemen.”

    Niets nieuws me dunkt, alleen kwestie dat de bouwheer het principe WIL begrijpen en dat de erfgoedconsulent(e) het principe WIL toepassen.

  15. Nick Van Liefferinge says:

    “De site Ter Beke te Oudenburg. De grachten lopen in alle richtingen door en toch kan je niet ontkennen dat het volledige onderzoek van de sporen niet zinvol is geweest.”

    Beter is dan te spreken van uw werkput of blikveld binnen de site Ter Beke, aangezien de grachten blijkbaar in alle richtingen verder doorliepen. Misschien heeft iemand anders met zijn metaaldetector in dezelfde gracht naast jouw werkput ooit een collectie munten opgebiept? Indien je hiervan niet op de hoogte werd gebracht lijkt mij dit een serieuze aderlating voor jouw intra site analysis. Om nog niet te spreken van die kilo’s schervenmateriaal uit de (nog) niet zichtbare delen van de grachten van Ter Beke.
    Geen dooddoener vrees ik, maar droge realiteit.

    Ons team gaat morgen trouwens die 20 meter lange ijzertijdgreppel volledig onderzoeken/uitzeven.
    Hij verdwijnt links en rechts in de 20 meter brede werput. Ik zal in het rapport laten vermelden dat ze bij toekomstig onderzoek (NOT!)op de aangrenzende percelen hetzelfde moeten doen om uiteindelijk een accuraat beeld te verkrijgen van de sociale en economische praktijken tijdens de late ijzertijd binnen een straal van 5 km rond ons huidig werkputje.

  16. Nick Van Liefferinge says:

    “Er schort blijkbaar toch iets in de competitive tendering archaeology.”

    Veelzeggende dooddoener.
    Don’t shoot the pianists.

  17. Yann Hollevoet says:

    Ha ha ha, over de kern van het probleem wordt met geen woord gerept.

  18. Nick Van Liefferinge says:

    Uit de stellingname van collega Vanden Borre kan nochtans duidelijk worden afgeleid dat een intra site spatial analysis voor wat betreft de Romeinse site in Staden heel moeilijk zou zijn:

    “Deze cluster [van Romeinse sporen] maakt duidelijk deel uit van een grotere vindplaats die buiten het onderzoeksgebied ligt en daar reeds grotendeels verstoord is door woningbouw en industrie.”

    Als tegenpool verwijs ik naar het “Kluizendok”-project in Gent waar het tegendeel het geval is/was… Maar het Kluizendok is/was een zeer zeldzaam geval voor Vlaanderen, zelfs voor een onderzoeksinstelling die (nog steeds?) onafhankelijk opereert buiten de competitive tendering sfeer.

  19. Nick Van Liefferinge says:

    Ziehier zowat de enige locatie in Vlaanderen waar de wat grotere theorieën van de grotere theoretici nog een beetje van nut kunnen zijn voor de veld- en/of projectarcheoloog in kwestie:

    “De Afdeling Maritieme Toegang van de Vlaamse Overheid neemt haar maatschappelijke verantwoordelijkheid als verstoorder van het archeologische erfgoed op en stelt daarom in de geest van de Europese Conventie van Malta, middelen ter beschikking aan de Universiteit Gent om voorafgaand aan de werken het gebied van 170ha groot te evalueren op archeologische waarde.”

    “Voor de eerste maal wordt in Vlaanderen op dergelijke grote schaal de dichtheid en verspreiding aan archeologische sites geanalyseerd. Bovendien kunnen de bestaande methodes die bij archeologische evaluaties worden gebruikt op betrouwbare schaal worden getest. De sites die aan het licht komen zullen voor het eerst vrij volledig kunnen worden onderzocht. Het gaat hem niet om stukjes van nederzettingen zoals vroeger het geval was, maar om hele bewoningssites en hun randstructuren (erven). Het project heeft naast een wetenschappelijke, ook een grote beheersmatige en maatschappelijke relevantie. De Vlaamse overheid maakt duidelijk dat economische groei en documentering van het gemeenschappelijke erfgoed kunnen samengaan. De Universiteit en de andere onderzoekspartners koppelen het wetenschappelijk onderzoek aan beheer door het onderzoek van het collectieve erfgoed te ontsluiten voor de gemeenschap. Hiermee maakt de Gentse Universiteit ook duidelijk dat ze grote waarde hecht aan het verspreiden van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aan het opnemen van een maatschappelijke verantwoordelijkheid in het onderzoek van het bedreigde erfgoed van eigen bodem.”

    BRON: http://www.kluizendok.ugent.be/archeoproject.html

  20. Nick Van Liefferinge says:

    Zeer misplaatst is wel:

    “Het gaat hem niet om stukjes van nederzettingen zoals vroeger [sic] het geval was”

    Veel beter zou zijn: “Het gaat hem niet om stukjes van nederzettingen zoals altijd het geval is”

  21. jeroen says:

    ik denk dat ik in de toekomst enkel nog foto’s van werfborden op archeonet plaats… evenwel kaarsrecht met schietlood en waterpas neergepoot

  22. Freya says:

    @ Wim en Yann:

    constructief veldarcheologen afzeiken kan helaas iedereen, ook jullie blijkbaar

  23. Nick Van Liefferinge says:

    Beste Jeroen,

    Laat je niet kennen, er scheelt helemaal niets aan jouw foto’s op archeonet. Wie een beetje kritisch ingesteld is weet dat je op basis van (sfeer)foto’s van andere archeologen nauwelijks of geen inhoudelijke discussies kan/mag houden.
    (Cf. de reactie van ‘3. maarten’)

  24. Yann Hollevoet says:

    Toch effe iets leren uit de ervaring van onze buitenlandse collega’s. Maar ja in Vlaanderen is het idee alleen dat je nog maar de aanzet van een fout zou kunnen maken taboe. In Vlaanderen leert men niet uit andermans fouten maar vindt men liever steeds zelf opnieuw het wiel uit. En wat dat afzeiken betreft de mensen die indertijd stage gedaan hebben op de opgravingskampen o.m. achter de Refuge te Sint Andries Brugge kregen als eerste les mee om alstublieft te leren uit onze eigen stommiteiten en deze zeker niet te herhalen. Ik dacht dat de wetenschap zo het best vooruit ging.

  25. Nick Van Liefferinge says:

    “Ik dacht dat de wetenschap zo het best vooruit ging.”

    Bij deze volgen dan enkele relevante paragraafjes uit het artikel van Neil Faulkner in Public Archaeology:

    “…restriction and prescription threaten the scientific integrity of the discipline. Good research work depends upon the INTELLECTUAL CREATIVITY which is possible when material, method and meanings are allowed to INTERACT and CROSS-FERTILIZE, and this is precisely what the policies of the regulators and standardizers undermine.”
    (Faulkner 2000, 25)

    “Once you break the link between material, method and meanings, procedure fossilizes into data-collection for its own sake without regard for purpose. Field archaeology is not like a school chemistry experiment, where everyone heats up the same stuff in a test tube until it turns yellow. Every site and every field ‘experiment’ is different.”
    (Faulkner 2000, 26)

    “A good excavator is constantly shuffling competing interpretations, adjusting methods to increase stratigraphic visibility, and responding to the material as it appears. Our observations may be changed by adjustments in our interpretations and/or modifications in our methodology WHILE THE EXCAVATION IS PROCEEDING.”
    (Faulkner 2000, 27)

    Faulkner, N. 2000. ‘Archaeology From Below’, Public Archaeology Volume I, 21-33.

  26. Nick Van Liefferinge says:

    Oh ja, deze mag ik jullie niet onthouden, pag. 32:

    “People learn and work best when they are TREATED WITH RESPECT, when they understand what they are doing and when they have control and opportunity in their work. The result is a much higher standard of work on the project overall.”

    @regulators and standardizers: al deze stukjes zouden in onze Bijzondere Voorwaarden toch niet misstaan hé :-)

  27. Yann Hollevoet says:

    Karl Marx is jammergenoeg al jaren dood!!!

  28. Nick Van Liefferinge says:

    Bespeur ik daar nog een dooddoenertje? Helaas, je zal toch nog even wat moeten volhouden…

    Enfin, Darwin is bvb. ook dood (om maar met iets even waardevol te reageren)… Maar in het kader van de huidige discussie hoef ik zeker niet alles te citeren wat professor Faulkner met de archeologie voor ogen heeft uiteraard. Als het van zijn hyperdemocratisch, marxistisch paradigma afhangt zouden zelfs echte apen hypothesen mogen formuleren op onze sites… Dit is dus een totaal andere discussie waard.
    Maar enkele selecties uit zijn betoog zoals hierboven zijn witgoud waard en zeer goed toepasbaar.

  29. Tijl says:

    Hierbij ronden we deze discussie graag af…

  30. Yann Hollevoet says:

    Regel één van de historische kritiek is de achtergrond te checken van de persoon die je citeert. Neil Faulkner is een notoir marxist archeoloog waar ik het volledig mee eens ben (pas op ik ben zeker geen communist verre van maar wel een marxistisch geïnspireerd archeoloog, wat iets helemaal anders is. Even het boek van Randall Mac Guire over Marxist Archaeology erbij halen om het onderscheid te onderkennen. En nu is de discussie echt gesloten of zal men weer een dooddoenertje ontwaren?
    Ik geef er in elk geval de brui aan want als ik de helft van mijn bibliotheek (boeken die enkel over theoretische archeologie gaan wel te verstaan) moet beginnen te citeren zijn we bezig tot Kerstmis.

Reageer