Archeo7 reageert op commotie over archeologisch onderzoek in Ieper

Archeo7 reageert op commotie over archeologisch onderzoek in Ieper

Een artikel in de Standaard over de kostprijs van archeologisch onderzoek voor particulieren in Ieper zorgde vandaag voor heel wat ophef. De intergemeentelijke archeologische dienst Archeo7 reageert verbaasd op de berichtgeving. “En het gaat dan niet om het verbaal geweld van de twee bouwheren, dat zijn we als archeologische sector stilaan gewoon. Wel de passages van het Agentschap deden de wenkbrauwen fronsen en kwamen aan als een klap in het gezicht,” klinkt het bij Archeo7.

“Archeo7 is een intergemeentelijke archeologische dienst die werkt met een resultaatsverbintenis met het Agentschap Onroerend Erfgoed. Daar staat letterlijk in dat de intergemeentelijke archeologische diensten op eigen initiatief adviezen mogen geven voor bouwaanvragen die niet aan het Agentschap moeten voorgelegd worden.”

“In 2010 heeft Archeo7 voor 7 gemeenten 5 dergelijke adviezen gegeven, waarvan drie in de binnenstad van Ieper, waar deze twee dossiers ondervallen. Deze adviezen werden besproken binnen de stuurgroep van Archeo7, waar ook iemand van het VIOE en het Agentschap in vertegenwoordigd is. Het advies tot archeologische opgraving werd gesteund door de stuurgroep, aangezien het om dossiers gaat in de historische binnenstad van Ieper. Het advies werd ook in de bindende voorwaarden van de stedenbouwkundige vergunning opgenomen door het schepencollege van de stad Ieper, die hier de bevoegdheid heeft. Daardoor is de bouwheer inderdaad verplicht het advies na te leven en conform de Vlaamse regelgeving in te staan voor het archeologisch onderzoek en de financiering hiervan.”

“In één dossier, waar de bouwheer trouwens projectontwikkelaar is en geen particulier, zijn de resultaten inderdaad wat teleurstellend, maar het historisch onderzoek en vroeger archeologisch onderzoek staven het advies dat werd gegeven.”

“In het tweede dossier, waar twee particulieren van naast elkaar liggende kavels de kosten hebben gedeeld, zijn de resultaten zeer mooi te noemen. Het rapport is nog in opmaak, maar we krijgen een zicht op de ingebruikname van het terrein in de middeleeuwen, de bouw van een houten woning (momenteel wordt datering onderzocht met dendrochronologie), de evolutie van de woning in ijzerzandsteen en later baksteen en de verschillende afvalputten kunnen ons iets gaan vertellen over de leefwereld in het middeleeuwse Ieper en op die plaats concreet.”

Share

15 reacties

  1. tim says:

    Ik herinner me dat men vanuit het beleid destijds alle heil zag in het oprichten van IAD’s (initiatief van minister Van Grembergen)…en inderdaad, zowat alle IAD’s hebben zich gepositioneerd binnen de Vlaamse archeologische sector, vrijwel steeds met boeiende resultaten. Nu deze IAD’s en stedelijke diensten het vacuüm in het beleid trachten op te vangen (wat bijvoorbeeld met relatief kleine kavels in historische kernen?), nét vanuit de ‘richtlijnen’ van het beleid (welke richtlijnen?), krijgen zij het deksel op de neus (zie reactie Agentschap in pers). Dat is er helemaal over, vind ik. Het beschaamt ook het vertrouwen onderling, net in tijden waarin de archeologie zo onder vuur ligt.
    Bij deze alle steun aan Jan Decorte en andere IAD-ers.

  2. Jan Decorte says:

    Gisterenavond is er in het magazine ‘Vandaag’ op radio1 gereageerd door de communicatiedienst van het Agentschap Onroerend Erfgoed, waarbij de uitspraken van het Agentschap in de Standaard toch sterk ontkracht worden en waarbij de samenwerking met en de steun aan de intergemeentelijke diensten werd uitgesproken. Bij deze wil ik deze discussie ook niet op de spits drijven.

  3. Dries says:

    Los van het conflict, waar we de plooien best snel glad strijken, let op hoe dat archeologie tot een maatschappelijk probleem is geëvolueerd, met steeds weer dezelfde boodschap: het is ontstellend duur en de ‘gewone mens’ is het slachtoffer van iets dat geen noodzaak is en eerder vrijetijd gerelateerd is ( beeld versterkt door Poetin). Het is vrees ik te laat om deze sneeuwbal van beeldvorming te stoppen en we gaan nog meer berichten krijgen in deze zin.

  4. luc bauters says:

    Persoonlijk vind ik dat we naar de buitenwereld als archeologen zo veel mogelijk met één stem moeten spreken. We worden zo al genoeg op de korrel genomen. En als de pers van kwade wil is, kan hetgeen je zegt uit context worden gerukt en een heel andere inhoud krijgen, wat mogelijk met de uitspraken van Werner is gebeurd.
    Anderzijds is de discussie van de minimum oppervlakte een reëel gegeven, waar vooral voor de historische stadskernen zich een probleem stelt. Prognoses op basis van 300 m² hebben uitgewezen dat in Gent en Tongeren bijvoorbeeld een groot aantal percelen zo door de mazen van het net glipt, terwijl net daar heel veel informatie over de stadsontwikkeling te rapen valt en dat het eigenlijk niet veratnwoord is om daar geen onderzoek te doen.
    Tegelijkertijd begrijp ik ook wel ergens het standpunt van het lokale beleid dat net probeert de binnensteden te revitaliseren (inbreiding) maar botst op hoge kostprijzen en randvoorwaarden opgelegd uit het oogpunt van archeologie en bouwhistorie. Naar mijn mening moet een subsidiestelsel voor deze problematiek enigszins soelaas brengen.

    • Alexander Lehouck says:

      Ja luc, zo veel mogelijk met één stem… Daar zeg je wat. Makkelijk is anders. De doelstellingen van de archeologen zijn anders niet echt dezelfde de dag van vandaag. Er lijkt meer verdeeldheid dan ooit. Die van jou zal niet veel verschillen met de mijne, maar zolang er ‘aannemers’ zijn die elkaar moeten beconcurreren om een opgraving binnen te halen en er vervolgens zoveel mogelijk munt moeten uitslaan om niet failliet te moeten gaan… Bepaalde aspecten kan je ook niet in een bestek vastleggen. Ik betwijfel of wij archeologen dan wel ooit op één lijn kunnen gaan staan. Nog veel werk voor de boeg om de kudde bijeen te houden (maar dat is misschien een andere discussie)

  5. Yann Hollevoet says:

    Bij het geval van de projectontwikkelaar gaat het om 15.000 à 20.000 euro voor 12 appartementen waar neer komt op 1.250 à 1.660 euro te betalen door de aankoper van de appartementen; projectontwikkelaars zijn geen liefdadigheidsinstellingen en rekenen de kosten door naar de uiteindelijke aankoper. In het andere geval is er inderdaad sprake van excessieve kosten en zou moeten vallen onder een solidariteitsfonds. En wat de perceptie van de archeologie als een dure hobby betreft, van waar komt deze? Hebben de archeologen decennia lang niet zelf deze beeldvorming in de hand gewerkt?. Toen wij in de jaren tachtig van vorige eeuw de mening verkondigden dat we enkel bedreigde archeologische sites zouden opgraven werden we door sommige collega’s voor gek aanzien. Van enigmaatschappelijk draagvlak voor ons onderzoek was geen sprake want inderdaad archeologisch onderzoek was niet meer dan een hobby voor geletterde mensen. En dat is het onlangs al de inspanningen van de twee voorbije decennia blijkbaar nog altijd, niet enkel bij brede lagen van de bevolking, maar ook, en dat vind ik bijzonder zorgwekkend, bij sommige media waarvan mag verwacht worden dat ze ons min of meer “objectief” (objectiviteit bestaat niet, dat weet ook ik) informeren. Wat we nu zien is zuiver “poujadisme”.

    • David says:

      Ik las vorige week nog als commentaar op de hedendaagse berichtgeving in de pers (op het nieuwsblad.be); het enige juiste in de krant is de datum en de prijs. En tot die conclusie kom ik inderdaad steeds vaker.

  6. Pieter-Jan Lijnen says:

    Hoe de archeologische sector in de pers komt ,heeft ze wel degelijk grotendeels zelf in de hand.
    Als we aan individuen een grote opgravingskost opleggen, zonder enige tussenkomst, smelt het draagvlak als sneeuw voor de zon.
    Ik stel in dit dossier maar twee dingen vast:
    – er is nog geen solidariteitsfonds
    – en intussen heeft het lokale bestuur, want dit gaat niet over Archeo7 of over het Agentschap, maar over het schepencollege, een eigenaar op hoge kosten gejaagd zonder enige compensatie.

    We blijven onszelf dus vrolijk in de voeten schieten…

  7. Yann Hollevoet says:

    “Don’t shoot the piano player” – again!!!!!!

  8. Johan says:

    Is het wel zo verstandig om enkel te reageren op het financiële plaatje van de archeologie en de discussies tussen administraties, particulieren en de bouwwereld.

    Het artikel gaat (weeral) om de zogezegd schrale bodemvondsten, in dit geval slechts een paar vazen en het skelet van een paard.

    Het wordt tijd dat iemand de dames/heren journalisten van ‘s lands hoogst aangeschreven kranten eens uitlegt wat de werkelijk wetenschappelijke waarde en bijdrage van archeologie – met name in een internationaal erkende historische stad als Ieper – juist inhoud.

    Als ik mijn canadese en australische collega ingenieurs vertel dat opgravingen in hun “Ypres” verguisd en weggelachen wordt omwille van een paar kapotte vazen (of een ME munt in Lier, whatever…) dan, dan … Nee dat durf ik gewoon niet.

  9. Yann Hollevoet says:

    Aan Alexander. Denk aan het algemeen belang en het probleem is onmiddellijk opgelost. Maar wie doet dat nog vandaag de dag buiten enkele “wereldvreemde” idealisten?

  10. Ingo Luypaert says:

    Enkele opmerkingen:
    1. Een solidariteitsfonds moet veel meer doen dan particulieren ondersteunen die geconfronteerd worden met archeologische kosten. Bijvoorbeeld in het geval van Tongeren weet je nagenoeg op voorhand dat er een archeologische kost zal zijn, ook op kleinere percelen. Zonder solidariteitsfonds betekent het dat er inde toekomst niemand nog in Tongeren en omgeving zal willen investeren en dat men naar plaatsen gaat waar verwacht wordt om minder archeologische kosten te hebben.
    2. Zolang er geen werk wordt gemaakt van archeologische evaluatiekaarten en echte opname van archeologie in planningsprocessen zal de archeologie worden geconfronteerd met eigenaars die beweren dat ze er zich niet van bewust waren dat het om een zone met grote archeologische potentie ging en zal er dus steeds over de financiële impact gediscussieerd worden.
    3. De gehanteerde oppervlaktegrenzen in het voorontwerp van deceet zullen het probleem niet oplossen, integendeel. Iemand die geen vooronderzoek doet op deze plaatsen en toch met archeologische relicten geconfronteerd wordt, zal toch met bijzonder hoge kosten worden geconfronteerd.
    4. De archeologische sector heeft nog veel werk om ervoor te zorgen dat archeologie als een logisch onderdeel van een traject wordt gezien: je gaat bouwen dus heb je een architect, een veiligheidscoördinator, een EPB-verslaggever, verschillende aannemers nodig. Logischerwijze zou je ook mogen veronderstellen dat iedereen ondertussen weet dat je soms ook een archeoloog nodig hebt. Voor sommige mensen zal dat een meerwaarde hebben (bijv. dezelfde die voor een duidelijk bouwconcept kiezen), voor anderen zal het om een noodzakelijk kwaad gaan, waar zij liefst zo financieel voordelig mogelijk onderuit komen…
    5. Ivm elkaar beconcurrerende bedrijven. De overheid reikt de vergunningen uit en kan controle uitoefenen. de verantwoordelijkheid daar ligt dus bij het Vlaams gewest.
    6. Toch opvallend dat een stad die 3 jaar geleden enkele ambetantenaren ervan beschuildigde dat een deel van een industriezone niet kon worden gerealiseerd omwille van de archeologische waarde (WO I -slagveld) ondertussen zodanig overtuigd is van het belang van archeologie dat ze stelselmatig archeologisch onderzoek verplicht maakt in de binnenstad…

    • Alexander Lehouck says:

      Elk punt is een discussie in een panelgesprek waard. Om er maar enkele bedenkingen bij te geven…
      Op punt 1: investeren in andere plaatsen om uit Tongeren weg te blijven? Er zijn zoveel andere plaatsen, waar ze dan best ook zouden moeten wegblijven. En daarmee kunnen we ons ineens naar punt 4 begeven;
      Punt 4: dezelfde strijd hebben de natuurliefhebbers en ecologen twintig jaar geleden ook gevoerd (denk bijvoorbeeld maar aan de heisa rond het Duinendecreet van 1993, waar vele eigenaars “veel geld mee hebben verloren”). Vandaag is er niemand die daar nog een punt van maakt of daarover strijd voert: het wordt nagenoeg algemeen aanvaard. Het bovenstaande lijstje van Ingo zou inderdaad verder aangevuld kunnen worden met een archeoloog. Vroeger (in grootvaders kindertijd) was er ook geen architect vereist, laat staan een veiligheidscoördinator (mag je dit dan nu, in tijden van economische neergang, ook niet als een ‘luxe’ beschouwen die de projectontwikkeling een strootje in de weg legt?). Een aannemer, ja, dié had je (of heb je) nodig!

  11. peter de mesmaeker says:

    Ik vraag me af of de Vlaamse overheid wel controle wil uitvoeren en dan heb ik het niet over het eventuele beleefdheidsbezoekje eens om de zoveel tijd van iemand van het agentschap, maar echt een controle ter zake. Een bestek opleggen is één, maar als je er dan als bedrijf direct de boodschap bij krijgt je moet maar zelf keuzes maken dan zijn we ver van kwaliteit verwijderd (en voor dat Yann Hollevoet weer een filosofische discutie begint over wat kwaliteit is, bedoel ik daarmee kwaliteit zoals voorzien wordt in de iso 9000 normering met andere woorden dat je de zaken uitvoert zoals ze in het lastenboek beschreven staan).

  12. Yann Hollevoet says:

    Vermits ik toch “maar” de filosoof van dienst ben lees R.M. Pirsig, “Zen en de kunst van het motoronderhoud” over hoe relatief een begrip als kwaliteit wel is. En sorry maar iso 9000 normering is misschien wel een maatstaf om op een robotmatige manier geen verkeerde dingen te doen maar wil daarom nog niet zeggen dat er kwaliteit geleverd wordt. Er bestaat een verschil tussen het aanvinken van een lijst en DENKEN althans wat mij betreft maar ik wil nu ook niemand mijn ongetwijfeld verwrongen wereldbeeld opdringen. Waar zit het aspect verbeelding in een iso 9000 normering wat nochtans, wat mijn bescheiden mening betreft, niet helemaal onbelangrijk is bij een kwaliteitsvolle archeologiebeoefening. “L’imagination au pouvoir” is misschien een oubollige slogan die op een totaal verkeerde manier op een bepaald moment uit het verleden is gebruikt maar daarom is deze nog niet minder actueel. Geef mij maar M. Shanks’ recentste boek, The Archaeological Imagination, Left Coast Press, 2011(ISBN 978-1-59874-362-3 Pb. en 978-1-59874-361-6 Hb).; wat mij betreft verplichte literatuur voor alle aspirant archeologen maar de meeste zullen wellicht nog nooit gehoord hebben van het duo Shanks en Tilley en hun ophefmakende “the Black and the Red One” (deze laatste is nu trouwens blauw) .

Reageer