Bedrijf veroordeeld voor vernieling archeologische site Meirberg
De rechtbank van Turnhout heeft het aluminiumverwerkend bedrijf Malvé veroordeeld tot een boete van 27.500 euro voor de moedwilige vernieling van de 10.000 jaar oude archeologische site van Meer-Meirberg in Hoogstraten in 2006. Het dossier werd aanvankelijk geseponeerd, maar na sterk protest vanuit het Forum Vlaamse Archeologie (FVA) werd het opnieuw geopend. Hierop stelde het voormalig Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) zich burgerlijke partij en eiste een schadevergoeding voor de onherroepelijk verloren wetenschappelijke informatie.
Het is een primeur dat de Vlaamse overheid zich burgerlijke partij stelt voor geleden wetenschappelijke schade en een belangrijk maatschappelijk signaal dat de rechtbank dit erkent, stelt het agentschap Onroerend Erfgoed: “In het vonnis stelt de rechtbank dat het wetenschappelijk verspreiden van onderzoeksresultaten een belangrijke bijdrage vormt om meer inzicht te verwerven in het onroerend erfgoed en dat dit zo de basis vormt voor het beleid van de Vlaamse overheid om een betere bescherming van dit erfgoed mogelijk te maken. Door de vernieling is een archeologisch onderzoek onmogelijk geworden. Onroerend Erfgoed is daarmee voor het eerst als burgerlijke partij aanvaard in een dossier waarin inbreuken tegen archeologie worden vervolgd.”
Lees meer: Inbreuk op beschermde archeologische site in Meer bestraft door rechtbank (vioe.be).


Super, laat ze maar weten dat het niet zomaar kan!
Het is een begin,
Alleen spijtig dat die bedrijven hun hand niet omdraaien voor zo een bedrag. Het zou veel beter zijn dat ze de rechten van de grond verliezen en dat die gaan naar de overheid. DAT zou hun echt afleren om moedwillige archeologische sites te vernietigen.
Een boete van 27.500 euro. Het archeologisch onderzoek zou misschien het vierdubbel gekost hebben? Maw Malvé is nog steeds winnende partij. Als alle bedrijven nu gaan kiezen voor de optie “boete” ipv archeologisch onderzoek wordt de situatie nog schrijnender.
“Onrechtvaardig, vindt zaakvoerder Bert Sprangers, die toch ‘met uitzondering van één voorwaarde’ zijn bouwvergunning heeft nageleefd en beweert dat het stadsbestuur hem ‘schriftelijk’ liet weten dat hij mocht beginnen bouwen. Bovendien betaalde hij na de feiten 18.375 euro voor een noodonderzoek op de overblijvende grond.”
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=F63HIDOV
18375 + 27500 euro + hopelijk nog de gerechtskosten is toch al niet zo slecht. Bijkomend weet iemand of dit enkel een burgelijk vonnis is, of is er ook een strafrechterlijk proces geweest?