Kruiwagen XIX op 19 april

Kruiwagen XIX op 19 april

Op donderdag 19 april vindt in Gent de 19de editie van de lezingenreeks ‘Kruiwagen’ plaats. Traditiegetrouw worden er enkele recente archeologische en bouwhistorische projecten aan het publiek voorgesteld. Zoals steeds is het programma gevarieerd, met aandacht voor de resten van artisanale activiteiten op het terrein van de Waalse Krook, de restauratiewerken aan de motte ‘Maegher Goet’ in Oostakker en de resultaten van het archeologisch onderzoek naar het poortgebouw van het Gentse Prinsenhof.

1. Huidenvetters aan de Waalse Krook (Tom Boncquet, Thomas Pieters en Daniel Lievois)

Tussen 24 augustus en 14 september 2011 werd een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op het terrein van de Waalse Krook, in de bocht tussen de samenvloeiing van Schelde en Ketelvest. Bij dit onderzoek kwamen heel wat interessante gegevens aan het licht. Parallel met de Schelde werd een vroegere kaaimuur aangetroffen, die aantoonde dat de oever van de Schelde oorspronkelijk meer landinwaarts gelegen was en de Schelde bijgevolg een stuk breder was. Verder werden op het terrein, voor de eerste maal in Gent, archeologische resten van leerlooiersactiviteiten aangetroffen. Zo werden verschillende leerlooierskuipen aangetroffen, alsook grote hoeveelheden hoornpitten van runderen en geiten, typerend afval van leerlooiersactiviteiten. Dit bevestigt het vermoeden van deze activiteiten op het terrein, dat tot voor kort enkel onder het toponiem ‘Grote Huidevettershoek’ bekend stond. In de hoek tussen de Waalse Krook en de Korianderstraat werden er verschillende ovenstructuren aangetroffen, die duiden op artisanale activiteiten in deze zone. De bewoning die bij al deze activiteiten hoorde is ten dele langsheen de Korianderstraat te situeren en ten dele langs de oever van de Schelde. Deze sporen leveren een nieuw inzicht in een belangrijke bedrijvigheid in het middeleeuwse en postmiddeleeuwse Gent.

Onafhankelijk van het eerste archeologisch onderzoek aan de Waalse Krook, werd een historische prospectie uitgevoerd. De Waalse Krook is gesitueerd in het grensgebied tussen de Stad Gent en de Sint-Pietersheerlijkheid. De uitspraak door gravin Margareta van Constantinopel in 1274 kende het gebied Tussen Wallen, het ruime gebied rondom de Huidenvettershoek, definitief toe aan de stad. Daardoor viel ook de huidenvetterij onder stedelijke jurisdictie en onder het regime van het corporatieve systeem. De oudst gekende vermelding van looikuipen in die zone dateert van 1333. Bij een uitbreiding van de productie werd een energievriendelijke schorswatermolen noodzakelijk. Die werd kort na 1350 opgericht aan de Vijfwindgaten. Hij stond via het water vlot in contact met de Waalse Krook. Het huizenonderzoek en een prosopografische verkenning toonde aan dat er heel wat huidenvetters in en rond de Waalse Krook woonden, althans tot omstreeks het midden van 16de eeuw. Daarna werd het een verdeelcentrum voor bouwmaterialen tot het omstreeks 1800 werd geïndustrialiseerd.

2. Maegher Goet (Wouter Callebaut)

De site ‘Maegher Goet’ (ook Hof Ten Poele) in Oostakker met dubbele omwalling werd ontsloten langs de Oude Veldstraat. Een lange dreef gaf uit op de eerste omwalling met toegangspoortje. Binnen dit omwald erf lag de 19de-eeuwse schuur (neerhof) en een omwalde 16de-eeuwse motte (huis van plaisance). Naar verluidt zou dit woonhuis de nu nog meest oorspronkelijk, overgebleven hoeve van Oostakker zijn en dus een zeldzaam overblijfsel zijn van laatmiddeleeuwse architectuur. In de 17de en 18de eeuw wordt het woonhuis met rechthoekig plan uitgebreid tot L-vormig grondplan en later geheel verbouwd. In de 19de en 20de eeuw zijn er voornamelijk aanpassingen gebeurd aan de gevels. Sinds 1972 werd het landhuis gebruikt als jeugclubhuis, tot een brand in 1978 het huis verwoestte. Kort na de brand werd de volledige site en omgeving een beschermd dorpszicht. De motte en de toegangspoort zijn sindsdien ook beschermd als monument. Van dan af verkeerde de motte in ruïneuze staat. Sinds 2005 heeft de nieuwe eigenaar de intentie om het volledige domein te restaureren en te renoveren met aandacht voor de historische gelaagdheid van de site. Dit omvat oa. de restauratie van het ruïneuze landhuis, de reconstructie van de 16de-eeuwse slotgracht rond de motte en van de 19de-eeuwse buitengrachten, de renovatie van het neerhof met schuur en toegangspoort. Ook de heraanplanting van het 18de en 19de eeuwse drevenstelsel en walbeplanting, de herinrichting en de aankleding van boomgaard en tuin zijn voorzien. De restauratie werken zijn voorafgegaan door uitgebreide vooronderzoeken, zowel (bouw)historische, materiaaltechnische en archelogische.

De restauratiewerken aan het Maegher Goet waren allerminst evident. Enerzijds betrof het een uitzonderlijk waardevol erfgoed met bouwsporen van verschillende tijdlagen, maar anderzijds was de algemene structurele en bouwfysische toestand in zeer slechte, zelfs ruïneuze staat, waardoor ook grote delen van de gevels dienden gereconstrueerd op basis van oude plannen. Tijdens de restauratie werd met bijzondere aandacht toegezien op het maximaal behoud van de nog aanwezige oude bouwsporen. Midden 2012 is voorzien om de restauratie van de motte af te ronden en de renovatiewerken (interieur) aan te vangen.

3. Prinsenhof Gent, poortgebouw; waar zij passeerden (Gunter Stoops)

De realisatie van een nieuwbouw op de plek van het poortgebouw van het Bourgondisch paleis in het Prinsenhof was voor de archeologen van Stadsarcheologie aanleiding voor een archeologisch onderzoek. Het vierkante poortgebouw met drie hoektorens was in kern opgetrokken uit bakstenen, de buitenzijde was wel tot op zekere hoogte van een natuurstenen bekleding voorzien. Vanaf het voorplein (het huidige Prinsenhofplein) bereikte men via een houten brug waarvan het laatste deel ophaalbaar was de ca. 3 m brede doorgang. Twee eeuwen lang werd deze enge passage gefrequenteerd door graven, hertogen, hun vrouwen en hofhouding, machtige mensen in het Europa van die tijd. Het poortgebouw moest dan ook die status uitstralen want een bezoeker werd in de eerste plaats met dit gebouw geconfronteerd. Eens de poort door stond men op het binnenplein met langs drie zijden paleisvleugels. Een blik op wat de resten van het poortgebouw ons onthullen.

Praktisch: Kruiwagen XIX, op donderdag 19 april om 20 uur, in de Panoramische Zaal Middenstandshuis, Lange Kruisstraat 7, Gent (Bij Sint-Baafsplein en Sint-Baafskathedraal). Toegang: 5 euro (leden GVSA gratis). Organisatie: Stad Gent, Dienst Stadsarcheologie en V.Z.W. Gentse Vereniging voor Stadsarcheologie

Share

Geen reacties

Reageer