Welles-nietes over vertrouwensbreuk met erfgoedsector

Welles-nietes over vertrouwensbreuk met erfgoedsector

Het recente ontslag van vier voorzitters van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) was deze week aanleiding voor een pittig debat in de commissie van het Vlaams Parlement. Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen interpelleerde Geert Bourgeois over de malaise in de erfgoedsector. Volgens Bourgeois werd er wel degelijk rekening gehouden met de adviezen van de KCML. “Er is echter een periode van consultatie en dialoog en er is een periode van beslissen.”

Volgens oud-minister Dirk Van Mechelen is er momenteel duidelijk sprake van een vertrouwensbreuk tussen de erfgoedsector en de bevoegde minister: “Het feit dat de voorzitters nu collectief ontslag nemen is ongezien en heel ernstig te nemen. Dit signaal mag niet geminimaliseerd worden. Waarom werd er met het advies, en met de opmerkingen en suggesties van andere adviesraden en belangengroepen zo weing of geen rekening gehouden?”

Van Mechelen citeerde ook uit een e-mail die door het Forum Vlaamse Archeologie aan de minister en de leden van de commissie werd bezorgd: “Wij wensen u er dan ook op te wijzen dat er binnen de brede erfgoedsector, van vrijwilliger tot professor, een diepgeworteld ongenoegen heerst over het beleid en de hervorming van de erfgoedsector, zoals deze vorm wordt gegeven in het ontwerp van decreet.” Zelfs Johan Sauwens, nochtans lid van de Vlaamse meerderheid, bevestigde dat de onrust in het werkveld vrij ruim is. Hij pleitte ervoor dat het ontslag in beraad zou worden gehouden, en dat de dialoog tussen de verschillende partijen zo snel mogelijk hersteld zou worden.

Geert Bourgeois schetste in zijn antwoord de veranderende positie van de KCML ten opzichte van het beleid en de administratie. “We komen van een situatie waarin de administratie bijna afhankelijk was van de KCML om beschermings- en beheersdossiers voor te bereiden en om het beleid vorm te geven. Nu hebben we zelf een sterke administratie. Daardoor is de KCML in de feiten geëvolueerd van een ‘decision maker’ naar een adviserende instantie.” Ten tweede beklemtoonde Bourgeois de evolutie binnen de adviesraden van de Vlaamse overheid. Zo werden in het kader van de hervorming ‘Beter Bestuurlijk Beleid’ (2003) per beleidsdomein strategische adviesraden ingesteld over het beleid. “Ik heb de indruk dat de KCML geen rekening houdt met deze evoluties,” aldus Bourgeois.

“Ik wil echter benadrukken dat de indruk verkeerd is dat het advies van de KCML niet werd gevraagd, of sterker nog, niet gewenst zou zijn,” vervolgt Bourgeois. “Op verschillende ogenblikken tijdens het ontwikkelen van het nieuwe decreet was de KCML betrokken en was haar advies welkom. Het is echter ook evident dat bij de totstandkoming van de ontwerptekst heel wat knopen werden doorgehakt op basis van beleidsafwegingen of politieke afwegingen. Er is een periode van consultatie en dialoog en er is een periode van beslissen. Het is niet abnormaal dat niet alle adviezen van alle instanties daarbij gevolgd kunnen worden.”

Ten slotte beklemtoonde Bourgeois ook dat hij altijd en overal zijn waardering heeft geuit voor de leden van de KCML. Hij blijft echter bij zijn standpunt dat de kritiek van de voorzitters van de KCML “verderlicht” is. “Ik heb het ontslag echter nog niet aanvaard, en ik ben bereid om te proberen de dialoog te herstellen.”. Van een vertrouwensbreuk met de sector is volgens de minister alvast geen sprake. “In gesprekken onder vier ogen heb ik op geen enkele manier ooit wantrouwen horen formuleren, en ik kom toch veel mensen uit de erfgoedsector tegen.”

Het antwoord van de minister is volgens Van Mechelen allerminst bevredigend: “Hij blijft erbij dat er helemaal geen sprake is van een vertrouwensbreuk en liet weten dat hij wel degelijk rekening houdt met gegeven adviezen. Hij stoorde zich vooral aan het feit dat een journalist eerder op de hoogte was van het ontslag dan hijzelf, maar herhaalde wel zijn eerdere uitspraak dat de inhoud van de kritiek vederlicht weegt,” luidt het in een persbericht. “Mocht ik op dit moment zitting hebben in de KCML of in een andere adviescommissie wiens advies telkens opnieuw in de vuilbak wordt gegooid, dan zou ik de eer aan mezelf houden. Ik hoop voor de erfgoedsector dat ik mij vergis, maar bijkomende ontslagen zijn zeker niet uit te sluiten. In ieder geval zal het in de toekomst veel tijd, heel wat inspanningen en een andere attitude van de minister vergen om deze vertrouwensbreuk nog te herstellen.”
 
Bron: voorlopig verslag Commissie Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed (25 april 2012)

Share

Geen reacties

Reageer