Een Gallo-Romeinse dakpanoven in Bever-Akrenbos

Vlakbij de taalgrens, in de omgeving van het gehucht Akrenbos (gemeente Bever, prov. Vlaams Brabant), werden tijdens een veldprospectie in het voorjaar van 2007 restanten van een Gallo-Romeinse dakpanoven aangetroffen. Volgens archeoloog Nick Van Liefferinge, die de vindplaats destijds heeft ontdekt, gaat het om een voor de regio unieke en zeer waardevolle site die echter jammer genoeg wordt bedreigd door zware bodemerosie. Een specifiek gevolg hiervan is dat de exacte locatie van de ovenstructuur na elke nieuwe ploegbeurt wordt verraden door een rode verkleuring van de leembodem.

Binnen een straal van ongeveer 50 meter rondom deze verkleuring is het akkerland inmiddels bezaaid met een enorme hoeveelheid misbaksels van tegulae, imbrices en hypocausttegels (zie foto rechtsboven).

De oven is strategisch gelegen tussen een klein brondal en een tertiaire kleiopduiking in een bosrijke omgeving (restant Kolenwoud). De opduiking betreft Ieperiaanklei, die gedurende vele eeuwen als meest favoriete grondstof werd aangewend voor de productie van bakstenen, dakpannen en aardewerk. Voor het zuid-Vlaamse heuvelland vormt deze dakpanoven een eerste bewijs van de doelgerichte klei-exploitatie ten behoeve van allerhande bouwactiviteiten gedurende de Gallo-Romeinse periode.

De kans dat de ovenproducten werden aangewend voor de bouw van één of meerdere herenboerderijen (villae) lijkt vrij groot. De streek van het Pajottenland en de Vlaamse Ardennen staat immers bekend voor zijn relatief grote concentratie aan dergelijke villae, die overigens vaak voor een belangrijk gedeelte in natuursteen werden opgetrokken.

Dat een aantal gebouwen in de regio werden voorzien van een luxueuze vloerverwarming kan worden afgeleid uit de aanwezigheid van overbakken en verglaasde fragmenten van hypocausttegels rondom de ovensite.

Voortgezet (geo-)archeologisch onderzoek zou mogelijk nog enig inzicht kunnen verschaffen omtrent de aard en omvang van de afzetmarkt van de Beverse dakpannen en tegels. In dit kader zou een mineralogische analyse van de dagzomende klei en de gebakken eindproducten van de ovensite niet misstaan. De resultaten zouden dan aangewend kunnen worden als referentie bij de studie van andere Gallo-Romeinse sites uit de streek. De ovenstructuur zelf heeft de laatste maanden echter sterk te lijden gehad onder een vergevorderde bodemerosie ten gevolge van landbouwactiviteiten. Een zekere bescherming van deze unieke site dringt zich dan ook op.

Meer info: Nick Van Liefferinge (0486/87.51.35)

Share

Geen reacties

  1. Luk Beeckmans says:

    Een zeer belangrijke vondst voor de regio!

  2. Eens temeer het bewijs dat niet alles wat in de bodem zit, daar ook veilig en goed zit voor de volgende generaties, een opvattng die door het voormalige IAP steeds werd gepromoot (wegens gebrek aan geld en middelen uiteraard). Opgraven die handel dus !! Nu kan men nog ieets lezen in de bodem daar, binnen enkele jaren misschien niet meer…

    Bernard – Quintus

  3. Luk Beeckmans says:

    Een gebied dat op archeologisch vlak nog op ontsluiting wacht. De prestaties van deze jonge archeoloog brengt de streek stilaan op de kaart. Goed zo, Nick!

Reageer