Sporen van Romeinse en middeleeuwse veenontginning in Middelkerke

Tijdens de voorbije zomermaanden voerden archeologen van Monument Vandekerckhove nv twee proefsleuvenonderzoeken uit in de gemeente Middelkerke. Het eerste project situeerde zich op de markt van de gemeente waar een ondergrondse parkeergarage zal aangelegd worden. Het tweede project vond plaats in Slijpe, een deelgemeente van Middelkerke, waar men een ringweg aanlegt om de dorpskern te ontlasten. Beide onderzoeken leverden interessante gegevens op in verband met menselijke activiteiten uit het verleden, meer bepaald de veenontginning in de middeleeuwen (Middelkerke) en in de Romeinse periode (Slijpe).

Het proefsleuvenonderzoek op het Marktplein van Middelkerke werd uitgevoerd door Jeroen Vermeersch en Tomas Bradt in mei en juni 2008, in opdracht van Dexia Bank nv. Op het plein werden 6 proefputten (10x10m) aangelegd waarvan het vlak en de profielen werden onderzocht en waarbij via boringen en/of kijkgaten een inzicht in de diepere bodem werd verkregen. Hoewel er in het vlak quasi geen archeologische sporen werden aangetroffen, leverde het onderzoek via de kijkgaten in de verschillende putten interessante zaken op.

Hier vonden de archeologen telkens een veenbandje dat onder een metersdik pakket verrommelde klei met veenresten gelegen was. Dit kon geïnterpreteerd worden als restanten van veenontginning. Doordat het veenpakket quasi volledig verdwenen was en de bovenliggende sedimenten zwaar verstoord waren, lijkt dit te duiden op intensieve activiteiten die waarschijnlijk in de late middeleeuwen te situeren zijn. Deze datering blijft echter hypothetisch, aangezien ze niet kon gestaafd worden met archeologische artefacten. Bij de middeleeuwse veenontginning lag het veen dikwijls diep onder een pakket maritieme klei en moest deze klei eerst weggegraven worden vooraleer men het veen bereikte. Dit verklaart het pakket verrommelde klei met verspreide veenbrokken dat bij het onderzoek op het Marktplein bovenop het veenbandje werd aangetroffen. Voornamelijk in de 13de en 14de eeuw werden de Polders ontgonnen op veen omdat er een tekort ontstond aan hout dat als brandstof kon aangewend worden. Als gevolg van de opkomst van grote steden als Brugge, Gent en Ieper was de nood aan brandstof erg groot. Daarom ging men turf ontginnen in de veenrijke Polders, die dan per platbodem via de Ieperlee en andere waterlopen naar hun bestemming gevoerd werden.

Het jonge Middelkerke, dat in 1218 voor het eerst vermeld werd, kon zo meegenieten van de opkomst van deze grote handelssteden. Percelen waar turf ontgonnen werd waren in die tijd erg gegeerd waardoor de grondprijzen veel hoger lagen dan die van de landbouwgronden. Ook de afwezigheid van een vissershaven in het dorp lijkt een signaal te zijn dat deze veenontginning een belangrijk onderdeel van de plaatselijke economie was gedurende de eerste eeuwen van het bestaan van Middelkerke. De verdwijning van het veen had als nadelig gevolg dat de bodem er een stuk lager kwam te liggen. De eeuwen na de ontginning was dit zompig perceel dan ook in gebruik als weiland, waar in een meer recent verleden pony’s konden grazen. Deze werden tijdens de zomermaanden ingezet op het strand ter recreatie van de badgasten, die, met de opkomst van het toerisme, vanaf de late 19de en 20ste eeuw naar de badplaats kwamen. Pas in de jaren 1960 werd het perceel opgehoogd met puin van oude villa’s en werd er het huidige Marktplein op aangelegd dat nu heraangelegd zal worden.

In de maanden juli tot oktober 2008 werd in verschillende fases het tracé van de toekomstige Ringweg in Slijpe door Jeroen Vermeersch en Stefan Decraemer onderzocht, dit keer in opdracht van het Agentschap Wegen en Verkeer West-Vlaanderen. Op de ganse lijn van het traject werden in twee parallelle lijnen proefsleuven getrokken. Ondanks de afwezigheid van enige noemenswaardige archeologische vondsten en structuren werden in een aantal kijkgaten een dik veenpakket aangetroffen. Het veen was nog in grote mate aanwezig waarbij enkel de bovenzijde deels afgegraven was. De spitsporen in het profiel waren dan ook nog duidelijk zichtbaar. Anders dan op het Marktplein van Middelkerke was het veen bedekt met een meer dan één meter dik pakket onverstoorde klei- en zandafzettingen. Dit deed de archeologen vermoeden dat het om restanten ging van veenontginning die niet in de middeleeuwen geplaatst kon worden, maar ouder was. Een aantal specialisten bevestigden de interpretatie dat, gezien de sedimentatie boven het veenpakket, de ontginning in de Romeinse tijd moet plaatsgevonden hebben, hoewel dit opnieuw niet gestaafd kon worden met artefacten.

Uit de omgeving zijn ook verschillende Romeinse vondsten en activiteiten (o.a. zoutwinning in Leffinge en enkele losse vondsten uit Slijpe zelf) gekend waardoor dit alles niet onwaarschijnlijk lijkt te zijn. Vermoedelijk bevond het veen zich in die tijd aan of dicht aan het oppervlak waardoor deze locatie reeds in de Romeinse tijd ontgonnen werd. Het vervoer moet ook hier met platbodems gebeurd zijn gezien de regio bestond uit een schorrenlandschap. Het onderzoek toonde hierbij aan dat er reeds voor de eerste vermelding van Slijpe in 840 menselijke activiteiten waren in het gebied.

Tijdens beide campagnes kon gerekend worden op de bereidwillige medewerking van de gemeente Middelkerke, het VIOE, de VUB en de UGent.

Share

Geen reacties

Reageer