Twaalf archeologische sites op Fluxystracé Brakel-Haaltert

In april startte aardgasnetwerkbeheerder Fluxys in het Oost-Vlaamse Haaltert met de aanleg van een gasleidingstraject dat zich uitstrekt over een lengte van ca. 26 kilometer en aansluiting vindt in de gasterminal van Brakel. Eind mei raakten twee projectarcheologen geïntegreerd in de dagelijkse opvolging van dit lineaire tracé. Bij deze opvolging kwamen meer dan twaalf archeologische sites uit verschillende periodes aan het licht. Aangezien de naverwerkingstermijn van dertig dagen onvoldoende bleek om het merendeel van de vondsten aan een bronnenstudie te onderwerpen, beperken we ons hier tot een algemeen overzicht van de blikvangers.

In Parike (Brakel) werd een Romeinse site aangetroffen. Opvallend zijn twee grote kuilstructuren die artisanaal afval van metaalbewerking opleverden. Hiervan getuigen de tientallen kilo’s ijzerslakken. In de twee kuilstructuren werd naast de ijzerslakken een aanzienlijke hoeveelheid Romeins aardewerk aangetroffen. Op basis van twee scherven in terra sigillata wordt de Romeinse aanwezigheid omstreeks de tweede helft van de 1ste eeuw na Christus gedateerd. In de nabijheid van deze zone werden ook brandrestengraven en een Romeinse weg aangetroffen met intacte wegverharding en twee grachten. Het wegtracé oriënteerde zich N- NW op Z-Z/O. Het vondstenensemble, afkomstig uit de grachten, wijst op een gebruik dat algemeen in de 2de eeuw kan gesitueerd worden. Nabij de Romeinse bewoning werd eveneens Karolingisch materiaal gerecupereerd. Het opvallendste object is hier een rand-schouderfragment van een ruwwandige, grofverschraalde kogelpot met sterk overkragende rand en dekselgeul.

Op een oostelijk-georiënteerde helling kwamen te Sint-Martens-Lierde Romeinse sporen uit de 3de eeuw aan het licht. Het betreft hier een gracht en een aantal kuilen. Opmerkelijk was hier de vondst van een grote hoeveelheid aardewerk waaronder Romeins luxemateriaal, aangevuld met enkele scherven van glazen vaatwerk. De bovenste dempingslaag van een paalkuil bevatte o.m. een quasi intact gevernist deukbekertje met radstempelversiering (foto rechtsboven), versierde en onversierde sigillata fragmenten, glasfragmenten en een fragment van een bronzen fibula. De aanwezigheid van een grote hoeveelheid bouwpuin waaronder tientallen tegulae, imbrices en grote blokken zandsteen doen de aanwezigheid van een duurzame constructie in de directe omgeving vermoeden.

In Schendelbeke (Geraardsbergen) werden bovenop een heuvelrug de restanten van een Romeins gebouw gelokaliseerd. Hiervan getuigen een grote cluster paalsporen, meerdere kuilen en twee grachtstructuren. Hier werd de bewoning slechts perifeer aangesneden waardoor de interpretatie van de paalsporencluster moeilijk is; mogelijk gaat het ook om een meerperiodebewoning. Een aantal zeer diepe paalkuilen wijzen op een zware houtbouwconstructie. De vonsten waren beperkt maar doen een Flavische datering (69-96 n.Chr.) vermoeden.

Op het grondgebied van een andere Geraardsbergse deelgemeente, Smeerebbe-Vloerzegem, sneed het gasleidingstracé sporen aan van een nederzetting uit de Late IJzertijd. Een aantal paalsporen en een kuil met versierde aardewerkfragmenten van verschillende recipiënten wijzen hierop. Het gaat hier om potten met naar buitengebogen rand en versierd met spatelindrukken op de schouder, met ruwe of brede kamversiering en met decoratieve patronen van gladdingslijnen. Het meest opmerkelijke fragment is een rand-schouderfragment van een grote pot met brede naar buitengebogen rand. Opvallend hierbij is de decoratie bestaande uit een fries met zandloperversiering en gladdingslijnen. De twee perforaties wijzen mogelijk op een reparatie en hergebruik van het object.

In Ninove werd eveneens een Romeinse site ontdekt. De opvallendste sporen betreffen een brede gracht, dwars over het tracé naast een aantal kuilen. Blikvanger hierbij is een voor de helft bewaarde bord uit terra sigillata met een stempel: “CIN[ “. Het stuk kwam wellicht tot stand in de ateliers van Cinnamus of Cistusmus uit Centraal-Gallië. Het recipiënt bevond zich in een kuil met aan het oppervlak een grote hoeveelheid Romeins dakpanmateriaal, en hoort morfologisch thuis in de late 2de of begin 3de eeuw. Op een andere locatie in Ninove werd een windval aangetroffen met een concentratie van silex-verschraald aardewerk en een aantal silex objecten waaronder een fragment van een gepolijste vuistbijl. De meeste archeologica uit deze windval staken in een bovenste laag van menselijke oorsprong. Het materiaal valt onder te brengen in het midden-neolithisch spectrum.

Volgens projectarcheologen Stani Vandecatsye en Stefanie De Clercq, die logistiek en wetenschappelijk ondersteund werden door het PAM-Velzeke, wijzen de resultaten van deze archeologische opvolging op het potentieel van dergelijke projecten: “Ze bieden een unieke kans op de reconstructie van een beeld van de archeologische bewoningsgeschiedenis van een regio, in dit geval de Zuid-Oost-Vlaamse leemstreek. Hoewel de ruimtelijke gegevens die uit dergelijke projecten voort komen beperkt zijn, vertegenwoordigen ze een belangrijke graadmeter voor archeologisch potentieel, in het bijzonder naar toekomstige infrastructuurwerken toe.”

Uit de grote hoeveelheid Romeinse vindplaatsen blijkt alleszins de intensiteit waarmee de Romeinen de leemstreek in ontwikkeling brachten. In zowel Brakel, Ninove als Geraardsbergen situeerde die bewoning zich op hellingen of plateaus in combinatie met beekvalleien. Deze terugkerende ruimtelijke situering bevestigt een voorkeur voor hoger gelegen locaties en de aanwezigheid van watervoorziening in de directe omgeving. Of deze nadrukkelijke vertegenwoordiging van Romeinse sites ten opzichte van andere periodes aan de realiteit beantwoordt, valt wel te betwijfelen. De archeologen konden wegens hun late indiensttreding en een gebrek aan mankracht de werken niet volledig opvolgen waardoor ongetwijfeld archeologische gegevens verloren gegaan zijn.

Share

Geen reacties

  1. Lieven says:

    Ik ga hier geen vragen stellen over de kwaliteit van het hedendaagse archeologiebeleid, maar wel over de consequente toepassing ervan: 12 sites, 2 archeologen, geen tijd om alles op te graven en een belachelijke dertig dagen voor uitwerking. Is de zorgplicht voor Fluxys dan minder van kracht dan voor enige andere ‘veroorzaker’?

  2. Guido Van Rossen says:

    In Ninove, grens met Denderhoutem werd ook de fundering gevonden van een oude kapel. Graag had ik daar meer informatie over gehad.

Reageer