Vlaams minister Geert Bourgeois woonde vandaag in Kallo de start bij van de eerste maatregelen voor de conservatie van de middeleeuwse koggen van Doel, die in 2000 en 2002 werden gevonden tijdens de graafwerken in het Deurganckdok. Hij bevestigde symbolisch een beschermend zeil op één van de 33 containers waarin de wrakstukken bewaard worden. Bourgeois maakte onlangs geld vrij voor de conservatie van de koggen en belastte het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) met de studie van de middeleeuwse scheepswrakken. Afhankelijk van de bewaringstoestand zal het VIOE ook de conservatie en de museale ontsluiting coördineren.
Een kogge is een type goederenschip dat een niet te onderschatten rol heeft gespeeld in de middeleeuwse handel. In de late middeleeuwen was het huidige Vlaamse Gewest een belangrijk economisch en cultureel gebied in Europa. De bloei en de expansie van de steden gingen gepaard met een drukke handel. De rivieren en kanalen verbonden de machtige steden met de havens van Brugge en Antwerpen, die op hun beurt voor de import en export met de rest van de bekende wereld zorgden. Ze waren cruciale handelsknooppunten binnen de Hanze, een samenwerkingsverband van handelaren en steden in het gebied rond de Noord- en Oostzee. Allerlei schepen zorgden voor de logistieke sterkte van de handelssteden, maar de kogge werd het meest gebruikt, als robuust schip dat grote ladingen kon vervoeren, snel en relatief gemakkelijk gebouwd kon worden en bovendien vrij bedrijfszeker was. Tot enkele decennia geleden kenden de historici dit schip enkel uit iconografische bronnen. Sinds de jaren 60 werden in het buitenland ook materiële resten van koggen gevonden, meestal fragmentarisch.
Tijdens graafwerken aan het Deurganckdok te Doel kwamen in het najaar van 2000 de resten van een zeer goed bewaarde kogge aan het licht. Het gevaarte is gemaakt van eikenhout, en is 22 meter lang en 7 meter breed. Toen het in de vaart was moet het netto zo’n 100 ton gewogen hebben. In 2002 werden de resten gevonden van een tweede, fragmentair bewaarde kogge met een lengte van 14 meter. De eerste dendrochronologische analyses (studie van de jaarringen) wezen uit dat de schepen uit de eerste helft van de veertiende eeuw dateren. De publieke belangstelling voor de vondst was zeer groot. Maar vooral het wetenschappelijke belang is niet te onderschatten. Na de opgraving werden de resten door de Archeologische Dienst Waasland (ADW) geborgen en opgeslagen in 33 speciaal daartoe ontworpen metalen containers, in afwachting van verder onderzoek. Gezien de tijdsdruk was dat een echt huzarenstukje. Het project werd al die jaren ondersteund door de gemeente Beveren.

In een eerste fase zullen de scheepsresten beveiligd en wetenschappelijk onderzocht worden. Eerst zullen dit jaar nog enkele zeer dringende maatregelen genomen worden om de containers beter te beschermen. Nadien worden ze overgebracht naar een geschikte locatie waar de sanering van de containers en houtresten kan gebeuren. Daarna kan het eigenlijke wetenschappelijk onderzoek van start gaan. De planken zullen aan een scheepsarcheologische analyse onderworpen worden. Tegelijk worden diverse natuurwetenschappelijke analyses uitgevoerd. Zo zullen dendrochronologie, houtdeterminatie en de analyse van planten, pollen en micro-organismen in hout, teer en breeuwwerk deel uitmaken van het onderzoek. De resultaten zullen hopelijk een antwoord bieden op volgende vragen: hoe werd de kogge gebouwd? Waar gebeurde dat (past het schip in een regionale bouwtraditie)? Hoe werd het schip gebruikt? Waar is het overal geweest? De studie zal uitgevoerd worden door het VIOE. Het Waterbouwkundig Labo in Antwerpen is bereid om het project tijdens die fase onderdak te verlenen.
In de tweede fase van het project komt het museale aspect aan bod. Als de bewaringstoestand van het hout goed genoeg is om de kogge te kunnen conserveren en reconstrueren zal hij worden getoond aan het publiek. De conservatiebehandelingen zullen dan gebeuren in Oostende, waar het VIOE met de steun van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) de onderzoek- en conserveringsfaciliteiten zal uitbouwen. De kogge is een imposant topstuk uit ons rijke maritieme verleden dat tot een echt icoon kan uitgroeien.
Bron: VIOE



“het huidige Vlaams gewest”? Tiens.
Ik heb gehoord dat ADC ArcheoProjecten in Amersfoort een paar goeie maritieme archeologen in dienst heeft die best schoon dinges kunnen doen met scheepswrakken en scheepshout…misschien een tip?
schoon dinges? Wat bedoel je Kirsten :p? Ik denk dat hier evenwel een internationaal team van topspecialisten aangewezen is, in alle vriendschap
Verder: het mag ook eens gezegd worden als het goed is: de vorige minister liet de kwestie vier jaar lang verrotten en deze minister zorgt meteen in de eerste maanden van zijn mandaat meteen voor deze doorbraak: hoed af.
De Kogge is officieel eigendom van de afdeling Maritieme Toegang, die tijdens de vorige legislatuur onder de bevoegdheid van respectievelijk Peeters en Crevits waren. Vanuit het zgn. veroorzakersprincipe dat in malta staat en dat iedereen hier als heiligmakend beschouwd, zouden die diensten ervoor moeten zorgen dat de nodige middelen er komen. Dat bis nooit gebeurd ondanks herhaaldelijk aandringen van de minister bevoegd voor onroerend erfgoed. Dat minister Bourgeois, ondanks de beperkte budgettaire middelen binnen zijn beleidsdomein, wel bereid is de factuur van zijn collega’s te betalen, is zijn keuze. Maar vergis u niet: dit zal een enorm gevolg hebben voor de normale onderhouds- en restauratiepremies waarvan de weggewerkte wachtlijsten opnieuw zienderogen zullen aangroeien. Ik vermoed ook dat andere collega’s binnen de Vlaamse Regering bij minister Bourgeois zullen aankloppen om ook het archeologisch onderzoek binnen hun beleidsdomeinen te financieren.
Bovendien is het makkelijk om nu een investering van 2 miljoen euro aan te kondigen. Wat men wel vergeet, en dat blijk uit het uitgebreide onderzoeksrapport dat hierover is opgemaakt, is dat men in feite moet weten wat de definitieve bestemming van de Kogge zal zijn om alleen nog maar de juiste conservatiemethode te kunnen kiezen. Om een idee te geven: de uiteindelijke restauratie van de Kogge gekoppeld aan ontsluiting zal 8-13 miljoen euro kosten. Dat is dan zonder de investeringen voor bepaalde apparatuur, loodsen,…
Benieuwd wie dit allemaal zal gaan betalen en welke andere projecten daardoor niet zullen kunnen worden gerealiseerd. Afschaffen van alle steun aan alle andere onderzoeksprojecten en alleen gaan voor de Kogge… Ik denk niet dat iedereen daarmee akkoord zou kunnen gaan.
Beste sXL,
Dat kan allemaal wel zijn, maar wat is dan wel de oplossing volgens jou? Naar wat ik vernam in de media is het 5 voor 12 voor de Doelse Kogge. Dit uniek maritiem erfgoed laten wegrotten, is toch ook geen optie? Dat er een Vlaams minister is die zijn schouders zet onder dit project is toch lovenswaardig en bemoedigend voor de toekomst? Of hebben we heimwee naar het Van Mechelen-tijdperk?
Er kan over het DVM-tijdperk misschien veel worden gezegd, maar alvast niet dat er geen geld was voor goede projecten met een duidelijk perspectief, en evenmin dat er geen oplossingen zijn geboden in dossiers waar het ook vijf voor twaalf was … Die dossiers hebben ook geleerd dat met wat EHBO we niet noodzakelijk een oplossing hebben …
Het is inderdaad 5 voor 12. Alleen is de nu geboden oplossing geen oplossing. Alleen een volwaardig traject, waarbij duidelijke keuzes worden gemaakt (van conservatie tot ontsluiting) is dat. Nu wordt slechts geld vrijgemaakt voor een (beperkt) deel van dat traject. De manier waarop geconserveerd moet worden, is onder andere afhankelijk van de wijze van ontsluiting. Hoe gaan we de Kogge naderhand tonen: in de positie dat hij gevonden werd; of in de positie zoals hij functioneerde; of gaan we voor een volledige reconstructie… Gaan we voor een permanente opstelling of bijvoorbeeld voor een reizende tentoonstelling, waarbij alles gekoppeld wordt aan een nieuw gebouwd schip (dat overigens in het buitenland al bestaat),… Over al die aspecten wordt gewoon gezwegen.
Wat ik vooral wou aangeven, is dat hierover moet worden nagedacht en dat het een kwestie is van verantwoordelijkheden nemen. De gemakkelijkste oplossing was inderdaad dat de minister bevoegd voor onroerend erfgoed alles zou financieren. Of dat de beste oplossing is moet nog blijken. Enkele dagen geleden stond hier een oproep van KLAD voor de restauratie van één van hun vondsten bij een opgraving in opdracht van het Vlaams gewest. Wanneer deze lijn wordt doorgetrokken, zou minister Bourgeois ook hier middelen voor moeten vrijmaken.
Mijn overtuiging is dat iedere minister binnen zijn beleidsdomein zijn verantwoordelijkheid moet nemen voor de implementatie van Malta. Op dit ogenblik is dat niet het geval…