Een industriezone met een Keltisch-Romeins verleden in Dendermonde

Op de terreinen van de toekomstige industriezone Hoogveld-J in Dendermonde hebben archeologen van het projectbureau Archaeological Solutions een vlakdekkend onderzoek van zes maanden afgerond. Op de site identificeerden de archeologen een begraaf- en cultusplaats, die haar oorsprong kende in de bronstijd en doorleefde tot in de vroeg-Romeinse periode. Ook kwamen twee waterputten uit de IJzertijd en één waterput uit de vroeg-Romeinse periode aan het licht, naast de sporen van een aantal graanspiekertjes. Onder één van de spiekertjes werd een nagenoeg intacte pot aangetroffen, die mogelijk als bouwoffer kan worden geïnterpreteerd.

In het najaar van 2008 ging er op de terreinen in opdracht van de intercommunale DDS een archeologisch proefsleuvenonderzoek van start. Dit onderzoek leverde sporen op uit de Romeinse tijd, de IJzertijd en mogelijk ook de Bronstijd. Om deze sporen verder te onderzoeken ging in februari 2009 een vlakdekkend onderzoek van start voor een periode van 6 maanden. Hierbij werd beroep gedaan op 2 archeologen van het projectbureau Archaeological Solutions. Tijdens dit onderzoek werd een totale oppervlakte van 15000m2 afgegraven. Op de verschillende vlakken werd een aanzienlijke hoeveelheid aan archeologische sporen aangetroffen.

De oudste structuren gaan terug tot de Bronstijd. Het gaat om een grafcirkel met een diameter van 14 meter waarbij aanzienlijke hoeveelheden aardewerk in de greppel aan het licht kwamen. Ook werd een urne opgegraven, gevuld met gecremeerd menselijk botmateriaal, die waarschijnlijk in de late Bronstijd gedateerd kan worden.

Rond de grafcirkel werd een vierkante enclos aangetroffen met in de oostelijke vulling, naast aardewerk, een hoge concentratie gecremeerd menselijk bot. Op deze enclos sloot een tweede vierkant aan. Binnen het tweede vierkant werd een paalsporencluster aangetroffen. Beide vierkanten kunnen op basis van het aangetroffen vondstmateriaal in de IJzertijd gedateerd worden. Het gaat hier om een openluchtheiligdom dat opgericht werd rondom de grafheuvel. Rond de vierkanten werden 9 crematiegraven aangetroffen. Deze kunnen in de late IJzertijd en vroeg-Romeinse periode gedateerd worden. Naast het aardewerk was ook de vondst van verschillende glaskralen vermeldenswaardig.

Er werden op Hoogveld-J niet alleen sporen met een funerair karakter aangetroffen. Zo kwamen er onder meer twee waterputten uit de IJzertijd en één waterput uit de vroeg-Romeinse periode aan het licht. Bij de waterputten uit de IJzertijd konden de archeologen verschillende gebruiksfases onderscheiden. Zo werd een vlechtwerkwaterput ontdekt onder twee kokers opgebouwd uit ingeheide planken. De Gallo-Romeinse waterput bestond uit een vierkante constructie van eiken balken die d.m.v. uitsparingen overnaads op elkaar aansloten. De talrijke houtresten werden naast de bulk en pollenstalen verzameld voor verder onderzoek. Tenslotte werden er ook vijf graanspiekertjes aangetroffen waarvan de archeologen er drie in de IJzertijd kunnen dateren. Onder één van de graanspiekertjes werd een versierde pot zonder bodem ontdekt. In de vulling werden bij het uitzeven verkoolde granen teruggevonden. Het gaat hier mogelijk om een soort bouwoffer.

De resultaten van het archeologisch onderzoek op Hoogveld-J werpen een blik op de geschiedenis van een cultusplaats die haar oorsprong kende in de Bronstijd en doorleefde tot in de Gallo-Romeinse periode. Ondanks het feit dat er voorlopig geen directe nederzettingssporen aan het licht gekomen zijn, kunnen de archeologen dankzij de indirecte indicatoren (de waterputten en de spiekertjes) stellen dat er een nauw verband moet geweest zijn tussen het heiligdom en een nabijgelegen nederzetting.

Bron en foto’s: Archaeological Solutions

Share

Geen reacties

Reageer