In Gent zijn de opgravingen op het centrale gedeelte van het Emile Braunplein al enkele weken afgerond. Sinds eind november onderzoeken de Gentse stadsarcheologen het bodemarchief van de Cataloniëstraat. Dit archeologisch onderzoek leverde al enkele interessante resultaten op, zoals de recente ontdekking van een middeleeuws steen, dat een tijd lang als schepenhuis heeft dienst gedaan. Ook werd duidelijk dat de straat getrokken werd door een voormalig bouwblok als opvolger van een uiterst smalle steeg, de ‘Cattesteghe’, die langs de bestaande rooilijn werd teruggevonden.
De steeg werd een eerste keer tot straat verbreed in 1834-1835, een initiatief in het kader van een reeks stedenbouwkundige initiatieven ten tijde van burgemeester Jozef Van Crombrugge. Een aantal verbindingsassen in de stad werden dan tot rechte straten aangepast, zoals onder meer de Brabantdam en de Cataloniëstraat. Daarvoor werden de bestaande huizen langs de ‘Cattesteghe’ gedeeltelijk gesloopt en zo ontstond er een nieuwe rooilijn, die eveneens in de opgravingen te zien is. Bij het Zollikofer-de Vigneplan en het ontstaan van het Emile Braunplein als nieuwe stedelijke ruimte in 1906 werden de huizen aan de noordzijde van de Cataloniëstraat bovengronds volledig gesloopt, maar dat gedeelte van de straat moet de komende maanden nog verder archeologisch worden onderzocht.
Het meest westelijke gedeelte van de opgravingen toont de overgang van het kerkhof dat rond de Sint-Niklaaskerk lag, naar het bouwblok langs de ‘Cattesteghe’. Een aantal grote gesculpteerde bouwonderdelen zijn misschien van die kerk afkomstig en kwamen bij verbouwingen of herstelwerkzaamheden in de kerkhofzone terecht. Net als aan het andere uiteinde zijn de oudste muurresten van Doornikse steen. Aan het oostelijke uiteinde, nabij de Mageleinstraat, troffen de archeologen de resten aan van een in oorsprong middeleeuws huis dat op grond van waarnemingen in de 19e eeuw al geïnventariseerd was als Steen S17. Gebouwdelen, een zuilfragment en een haardplaats tekenden zich nog af zoals Auguste Van Lokeren in 1832-1834 en Armand Heins in 1902-1906 ze hadden gedocumenteerd vooraleer die bouwresten zouden worden vernietigd.
De vernietiging die vaak op papier wordt vermeld, betekent evengoed dat archeologen nog sporen in situ kunnen terugvinden. Merkwaardig aan Steen S17, ook bekend als ‘De Groote Croone’, is dat het gaat om een particulier huis, vermoedelijk uit de 13de eeuw, dat een tijd lang als schepenhuis heeft dienst gedaan. De oudste expliciete vermelding van een Gentse schepen dagtekent van 1162 en handelt over een Symon, ‘scabinus de Gandavo’. De eerste schepenen vergaderden in open lucht, onder meer op het pleintje voor de Sint-Janskerk (nu Sint-Baafskathedraal) of in een bestaand gebouw dat zij tijdelijk ter beschikking kregen, huurden of kochten. Pas vanaf de 14de eeuw ging men schepenhuizen oprichten die speciaal voor die functie waren geconcipieerd. Sporen van de oudste Gentse schepenhuizen, alle uit de 14de eeuw, zijn in, onder en rond het huidige stadhuis te lokaliseren.
Een gedeelte van de zone die thans in onderzoek is, wordt deze week nog vrijgegeven voor de voortzetting van de bouwwerken in het kader van de KoBra-projecten. Zo wordt onder meer de voetgangersdoorgang tussen de Heilig-Geeststraat en het Emile Braunplein opnieuw mogelijk. Het overige gedeelte van de Cataloniëstraat wordt verder archeologisch onderzocht tot februari 2010.
Bron: Stad Gent


